Waarom ‘druk druk druk’ je organisatie meer kost dan je lief is.
We denken nog vaak: meer is beter. Werknemers die structureel overwerken? Dat zijn de “harde werkers”. Die krijgen complimenten, kansen en promotie. Managers zijn er dol op. Maar dat denken is achterhaald. En erger nog: het is een dure denkfout.
De mythe van de loyale overwerker
In veel organisaties zit het nog diep: wie laat werkt, is betrokken. Wie het rustig heeft, is verdacht. Terwijl de feiten iets anders zeggen: structureel overwerken is geen teken van toewijding, maar een teken van disbalans.
Werknemers die structureel over hun grens gaan, leveren op de lange termijn juist mínder op.
Die ‘productiviteit’ is vaak een façade — en de rekening komt later. In de vorm van fouten, uitval, verstoorde teams en mensen die thuis op de bank zitten met een burn-out.
Wat onderzoek laat zien: harder werken ≠ meer resultaat
Scott Maxwell (o.a. McKinsey, OpenView) onderzocht dit fenomeen grondig. Zijn conclusie? Overwerken levert nauwelijks extra output op. Integendeel:
- Na 40 uur werk daalt de productiviteit scherp
- Een 80-urige werkweek levert soms zelfs minder dan de helft op van een reguliere week
- Vermoeidheid leidt tot fouten, traagheid, uitval en slechtere besluitvorming
Overwerken werkt dus als een boemerang. Hoe meer je erin stopt, hoe slechter het resultaat. Zo erg zelfs dat het uiteindelijke productieresultaat – in relatie tot de gewerkte uren – dramatisch laag is.
Slimmer werken = gezonder, effectiever én duurzamer
We moeten af van het oude idee dat betrokkenheid gelijkstaat aan uren maken. Het nieuwe werken draait om:
- Slimme keuzes maken
- Grenzen bewaken
- Leren prioriteren
- En vooral: cultuurverandering aanmoedigen
Dat begint bij leiderschap. Bij het erkennen van die ingesleten patronen. En het durven loslaten van het idee dat aanwezig zijn hetzelfde is als effectief zijn.
“Hoe meer je werkt, hoe minder je af krijgt.”
Dat vraagt lef. En een nieuw gesprek op de werkvloer.


